Zaterdag 1 juni 2013 – van thuis (NL) naar Wietze (DE): 396 km


Vandaag is het dan eindelijk zo ver! Na een aantal jaren erover te hebben gepraat, een paar maanden te hebben gepland en een paar weken voorbereidingen te hebben getroffen, gaan we vandaag eindelijk beginnen aan onze “Roadtrip” door 11 landen met als noordelijkste doel, de Noordkaap. Nadat we de bagage zorgvuldig op onze motoren hebben gebonden, trekken we onze motorpakken aan. Buurvrouw Thea in badjas staat met haar camera klaar om ons vertrek vast te leggen en ons uit te zwaaien. Ook buurman Jan doet mee. Om 8:30 draaien we de sleutel om en gaan we echt op pad.


Het is fris (een graadje of 10) en er staat een flinke wind. Het is weer even wennen met de bagage achterop. Net voor de Duitse grens stoppen we voor een plasje. Cindy kletst kort met de passagier van een andere motor. Zij gaan naar Zuid-Frankrijk.

In Duitsland verlaten we al snel de autobaan en gaan we verder over de provinciale weg. Het is niet erg druk en in een flink tempo razen we door het Duitse landschap. Afwisselende landschappen komen voorbij. Bos, weiland en dorpjes. Het water staat erg hoog op sommige plekken. Om 10:30 is de tijd rijp voor een break en bij de Konditorei in een dorpje puffen we even uit en warmen we op. Kopje koffie voor Alex en een stuk Kuche voor Cindy. Een oude man vindt het wel interessant allemaal, 2 motoren uit Nederland en blijft in Cindy’s buurt om een praatje te maken. Een toilet hebben ze bij de Konditorei niet, dus zodra alles op is rijden we verder en een half uur later hurken we neer in de bosjes. Uiteraard maken we van elke stop ook een fotostop. Af en toe miezert het….

Na een tankbeurt in Belm strijken we rond de klok van 13:00 uur neer in restaurant Leckermühle in Bohmte voor een stevig bord leberkäse, gebakken aardappels en een spiegelei. En warme chocomel, want fris blijft het op de motor.


De temperatuur is inmiddels gestegen naar 12 graden, maar veel warmer zal het vandaag niet worden. We rijden op ons gemak verder terwijl we constant naar links hellen (zijwind). Na nog een lekker verwarmende kop koffie, een paar onduidelijk hotels en diverse rood verlichte campers met halfnaakte dames voor de ramen, vinden we uiteindelijk een fijne slaapplaats in hotel/restaurant Buskes in Wietze.


We reserveren ook meteen een plekje in het restaurant voor die avond. Bagage eraf, opfrissen, aanklungelen op de navigatie, kaarten erbij en dan is het tijd om te aan eten. Het is gezellig druk in het restaurant. Het eten is heerlijk en ook de aardbeiencoupe na smaakt ons goed. We blijven nog even zitten voor drankje voordat we ons bed induiken.

 

Zondag 2 juni – van Wietze (DE) naar Seelow (DE): 417 km

 

Om 7:00 worden we gewekt door de melodie van “Born to be Wild”. Kijk, zo sta je lekker stoer op. Na een heerlijk ontbijt pakken we alles weer in en gaat het allemaal weer de motor op. Wel heeft Alex vanwege het frisse weer zijn fietsbroekje gewisseld voor zijn joggingbroek (onder de motorbroek dus) en gaat Cindy voor haar nieuwe winterhandschoenen.

     

Op het nieuws gisteravond hebben we gezien dat men in diverse gebieden van Duitsland te maken heeft met hoog water en ook vandaag is het onderweg goed te zien. De wegen zijn droog, maar worden links en rechts omsloten door water. Alex kan onderweg nog maar net een paar vechtende vogeltjes ontwijken (of had hij ze toch te pakken?) voordat het tijd is voor de onze eerste sanitaire stop/fotostop. Cindy denkt veilig achter een boom aan het water te duiken totdat er ineens een kanovaarder op haar afkomt.


Doorplassen en broek weer omhoog… Het weer lijkt beter dan gisteren en de zon piept af en toe door de wolken heen. Wel waait het nog steeds flink en vanwege het uitgestrekte, lege landschap heeft de wind vrij spel. Cindy ziet Alex regelmatig een zwieper naar rechts maken als de wind (van links) weer te voorschijn komt. Een fractie van een seconde later maakt ze zelf die zwieper ook. De wind is ook goed te zien bij het windmolenmuseum dat we passeren. De wegen zijn mooi en ruim en lijken nieuw aangelegd, de dorpjes lijken oostelijker steeds meer vervallen te zijn. Hoe oostelijker we komen, hoe donkerder de lucht ook wordt. Het zal ons benieuwen.

Onze eerste tankstation van die dag is even zoeken, maar gelukkig levert Truus (onze navigatie) goed werk af en belanden we voor de tank leeg is bij een tankstation in Gardelegen.

Om 12:00 arriveren we in Jerichow waar het oudste bakstenen gebouw boven de Alpen staat (865 jaar oud), een klooster. In een bijgebouw wordt koffie en zelfgebakken taart geserveerd. Er staan allemaal dames in de keuken en bediening. We twijfelen of we met nonnen te maken hebben. Op advies van een non gaat Cindy voor de kruisbessentaart. Yammm…. Bakken kunnen ze in ieder geval.

Na de koffie en taart zetten we het klooster nog snel op de kiek voordat we verder “roadtrippen”.


We komen in de buurt van Berlijn en dat betekent snelweg. Het begint te miezeren als we een grote parkeerplaats naast de snelweg oprijden. Tijd voor een Hollandse krentenbol. Even later moeten we nog een keer stoppen als de regen toeneemt en de tanktassen nu toch wel echt een regenhoed nodig hebben. We rijden ruim 100 km over de snelweg. Hoe dichter bij Berlijn hoe groter de file wordt. Aan de overkant… Gelukkig…

Zodra we Berlijn voorbij zijn, gaan we de snelweg weer af en vervolgen onze weg binnendoor over provinciale wegen. We hebben het koud en onze pakken zijn nat. Bij biker’s cafë Hupe in Grünheide (er staat een motor op een sokkel voor de deur) komen we lekker bij met warme chocomel en een heerlijk bord tomatensoep. We hebben er 350 km op zitten, maar willen nog wat verder rijden vandaag. Om 15:30 zeggen we de warmte van het café dan ook vaarwel en rijden we verder. Tanken in Herzfelde en op zoek naar een hotel. Truus geeft diverse opties en we kiezen een Waldhotel uit. Lekker rustig is onze gedachte. Op die plek aangekomen, lijkt het wel erg rustig en een beetje duister/luguber. Hoewel het hotel niet gesloten lijkt te zijn, gaan we verder. Onderweg zien we ook steeds meer “red light campers”. In Seelow, 20 km voor de grens met Polen,  vinden we uiteindelijk hotel Brandenburger Hof. Het is erg rustig in het dorp en ook in het hotel is niet veel te beleven, maar de kamers zien er goed uit en de keuken is open. De motoren parkeren we naast de ingang en we zetten ze voor de zekerheid met de ketting aan elkaar vast.

We nemen een douche en schuiven aan in het restaurant. We zijn de enige gasten. De borden die op tafel worden gezet zijn goed vol. Met een biertje en een Radler erbij laten we het ons goed smaken.

    

Om 20:15 rollen we van tafel. Hoewel het dreigt te gaan regenen, gaan we toch even een blokje lopen. Seelow verkennen en pinnen. Hoewel we genoeg euro’s hebben meegenomen, hebben we in de ANWB boekjes gisteren gelezen dat pinnen in Letland en Litouwen lastig is en dat het waarschijnlijk makkelijker is om euro’s te wisselen. De bank hebben we al snel gevonden. Het stadje is niet superklein, maar buiten 2 afhaaltentjes is niets open. We lopen een rondje om de kerk en via de waterput en het park waar de historie van het stadje staat beschreven, gaan we terug richting het hotel. Net voorbij het hotel ligt een tankstation waar we ons toetje (ijs) scoren. Morgen naar Polen…

 
Maandag 3 juni – van Seelow (DE) naar Wrocki (PL): 400 km


Net als bij het diner gisteravond zien we vanochtend geen andere gasten. Het miezert als we de bagage op de motoren binden en rond 8:30 rijden we weg. Al vrij snel zijn we bij de Poolse grens. Het is eigenlijk een brug waar we overheen rijden en dan zitten we in Kostrzyn nad Odrą, Polen. Ook hier staat het water hoog en de afvoer schijnt het allemaal niet aan te kunnen. We moeten door een flinke plas. We rijden door het grensdorp heen, maar bij het tankstation draaien we. Misschien verstandig om eerste wat Poolse zloty’s te pinnen. We gaan terug naar het dorpje en Truus stuurt ons naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Zo…. dat is ook weer geregeld.

Nu kunnen we met een gerust hart verder. We rijden het dorp weer uit als het langzaamaan harder begint te regenen. Tijd voor een regenhoes voor de tanktas. De wegen zijn afwisselend goed, slecht en zeer slecht. Vooral als je een dorpje of stad binnenrijdt is het goed opletten. Bij een tankstation in Gorzòw Wiekopolski bestellen we een kopje koffie. Binnen is 1 tafeltje met een paar stoelen waar we even bijkomen van het gehobbel. Met spreekt er een beetje Duits. Met de nadruk op een beetje. Handen- en voetenwerk dus… Na onze pauze wordt de weg alleen maar slechter.

Bij een afgelegen tankstation in Stacja Dzwonowo tanken we en smullen we de krentenbollen die we nog steeds in ons koffertje hebben zitten en van de stroopwafels (eveneens uit Nederland).


We komen door allerlei dorpjes en stadjes. De ene nog meer vervallen dan de ander. Maar we zien ook mooie plaatsjes. Zoals Pita. Toch rijden we door, want we willen kilometers maken. Na Pita volgt een zeer slechte weg waar de kuilen vol water staan. Buiten de wegen zijn ook de Poolse chauffeurs een uitdaging. Het zijn echte kamikaze piloten. Men haalt graag in en doet dat op de meest ondenkbare plaatsen. Alex ziet als koprijder, veel koplampen om zich afkomen van tegemoetkomend, inhalend verkeer. Verder zien we ook veel vrouwen met hotpants langs de kant van de weg staan. Soms met paraplu, soms ook niet. Waar ze gisteren nog in rood verlichte campers zaten, zijn de campers nu verdwenen. Het idee erachter is echter nog steeds hetzelfde. En dan is er natuurlijk ook nog de wind. De wind waardoor we al 2 dagen naar links overhellen is er nog steeds (en hij komt nog steeds van links).

Omdat we toch wel iets van Polen willen meekrijgen stoppen we rond 14:00 in Naklo. De zon is inmiddels doorgebroken en we hebben wel een colaatje verdiend. Midden in Naklo ligt een plein met een terras.


Effe lekker chillen terwijl we de motoren (+bagage) goed in de gaten kunnen houden. Een toilet heeft het keetje op het plein echter niet, dus wanneer we verder rijden zoeken we een plekje op in het bos voor een plas. In de buurt van Torún besluiten we dat we nog even door willen rijden en hoewel we de dag van te voren dachten dat we de tolweg konden vermijden, staan we na wat wazige werkzaamheden ineens voor de slagboom. Hmmm…. Cindy gaat verschrikt naast Alex staan en wanneer hij een kaartje trekt, rijdt ze met hem mee de slagboom door. Even later komt pas het vermoeden dat dat waarschijnlijk niet zo verstandig was. 2 motoren = 2 kaartjes en dus niet 1…. Even afwachten. Helaas is het tolpoortje aan het einde van onze afslag bemand. Cindy probeert nog een zielig verhaal op te hangen over wegwerkzaamheden en in de war zijn, maar ze verstaan er niets van (of doen alsof). In ieder geval komt ze er niet mee weg. Alex mag na betaling van PLN 3,20 doorrijden, maar Cindy niet. Kenteken wordt opgeschreven en ergens naartoe doorgebeld. Na een minuut of 5 en het betalen van het volledige tolbedrag (PLN 26,70) mag ook Cindy verder rijden.


Het wordt tijd om een hotel te zoeken. We zien diverse hotels, maar die lijken of gesloten of zijn bij navraag vol. Voor één hotel rijden we een doodlopende weg van 5 km op en neer, maar we kunnen het hotel niet vinden. Voor een ander hotel in een stadje (waar we nog parkeertips krijgen van een oud mannetje) rijdt Alex op en neer over een grindweg. Hij besluit echter dat het niets is en we gaan verder. Uiteindelijk zien we een mooi hotel aan de doorgaande weg. Er zit een restaurant bij, dus dat komt goed uit, want buiten het tankstation dat ernaast ligt, lijkt de omgeving verlaten. Terwijl Alex buiten op de motoren past, gaat Cindy naar binnen om alles te regelen. Ze hebben in ieder geval een kamer vrij en met wat tekeningen weet ze de dames achter de balie duidelijk te maken dat het gaat om 2 personen en 1 nacht (En dus niet 2 nachten voor 1 persoon…). Met het paspoort hebben ze ook moeite. Ze zitten het Russisch visum aandachtig te bekijken totdat ze erachter komen dat dat niet de bladzijde met persoonsgegevens betreft. Wanneer ze het adres vragen, schrijft Cindy het maar liever op. Ook spellen in het Engels wordt niet verstaan.


Ondertussen heeft Alex buiten een hele schare fans om zich heen verzameld. De jonge jongens op de brommers vinden de motoren erg interessant en willen vanalles weten. Gelukkig helpt google vertaal op de smartphones van één van de fans hierbij. Hoe hard ze gaan en of we wel eens pech hebben gehad. Uiteindelijk vertalen ze: “lachen en rijden”. Na nog een paar foto’s met Alex en zijn motor die meteen op Facebook worden gepost, vertrekken ze weer. Cindy heeft ondertussen binnen ook een slaapplaats voor de motoren geregeld. De man die daarvoor zorgt, staat al te wachten terwijl de laatste administratieve zaken worden afgehandeld. Maar we willen toch eerste de bagage eraf halen voordat we met hem meegaan. De bagagerollen zijn nu eenmaal zwaar en niet handig om te dragen, dus hoe korter de afstand tussen motor en “bagage drop off” hoe beter. Snel brengen we de bagage naar de kamer voordat we de motoren in een garagebox achter het tankstation tussen oude meubels stallen. Het kost ons 2x PLN 20, maar hier staan ze wel veiliger.

Na een douche begint het handen- en voetenwerk weer om iets te eten te krijgen. De meiden in het restaurant zijn erg behulpzaam en uiteindelijk staat er een bord goulash en een schnitzel voor onze neus. Het smaakt goed.


Bij het tankstation halen we een toetje en dan begint het ineens weer te regenen. Op de venterbank van het tankstation snoepen we het toetje op voordat we door de miezerregen teruglopen naar het hotel. ’s Nachts hebben in bed nog steeds het gevoel dat we naar links in de wind hangen. Gek gevoel…

 
Dinsdag 4 juni – van Wrocki (PL) naar Augustów (PL): 340 km


Het is vannacht erg warm geweest op de kamer en aangezien het hotel aan de doorgaande weg ligt, hebben we behoorlijk wat verkeer gehoord. Maar met oordoppen in hebben we toch aardig goed geslapen. We schuiven op ons gebruikelijke tijdstip (7:30u) aan de ontbijttafel aan. De stukjes stokbrood en ham en kaas worden op tafel gezet. Nog een paar gekookte eitjes. Dat zal het wel zijn, dus we starten met eten. Dan blijkt dat er nog veel meer volgt. Roerei, chocopasta, honing, yoghurtjes, tomaat en komkommer, mayonaise, citroen, sapje en ga zo maar door. Wij hoeven vandaag niet meer te eten….

Na het ontbijt halen we in onze “onderkleren” de motoren uit de garagebox en zetten we ze neer voor de ingang van het hotel. Motorpakken aan en de bagage opbinden. Om 8:30 zijn we weg. Het is minder fris en minder winderig dan gisteren en bovendien is het droog. De weg begint mooi breed, maar daarna worden ze erg slecht met diepe groeven. We butsen op onze motoren behoorlijk op en neer. Het gebied dat we tegemoet rijden is toeristischer dan we gewend zijn. Er zijn meer hotels en campings en grote bruine borden attenderen ons op de bezienswaardigheden. We bevinden ons aan het begin van het Poolse Merenplateau. Onderweg stoppen we bij een kerkje en bij een meer.

                    

Even lekker de benen strekken en de Poolse omgeving bekijken. Net voor 12:00 stoppen we bij de Carrefour in Olsznyr. Alex heeft behoefte aan bretels (zijn nieuwe broek zakt een beetje) af en hoopt ze hier te vinden. Ondertussen houdt Cindy de wacht aangezien we de bagage niet zomaar mee naar binnen willen nemen of op de motor achter willen laten. Het is heerlijk weer en de zon piept af en toe door de wolken, dus op wacht staan is geen straf. Alex komt terug zonder bretels. Dan worden de rollen omgedraaid. Cindy gaat op zoek naar een klokje of goedkoop horloge voor op de motor aangezien de oude waarschijnlijk nog ergens in het hotel in Seelow ligt. Ook deze zoektocht slaagt niet. Wel slaagt ze in de aankoop van de lunch, fruit en sap.

Na dit niet volledig mislukte oponthoud verlaten we Olsznyr weer temidden van lange rijen vrachtauto’s. Gelukkig kunnen we bij het volgende stadje kiezen voor een mooie route waar vrachtwagens verboden zijn. Het is een heerlijk, bergachtig, smal weggetje. Halverwege stoppen we bij een meer (we zijn niet voor niets in het Merengebied) waar we Hollandse stroopwafels eten. Het is wel oppassen dat je niet een paar muggen meehapt. Bij het tanken genieten we nog van een Poolse Magnum terwijl we plaatsnemen onder een parasol (jaja, het zonnetje brandt) voordat we op zoek gaan naar een hotel.


Zo veel hotels we net nog zagen, nu zijn ze weg. Wel zien we reclame voor het Warszawa hotelresort 50 km verderop. Alex wil Cindy verwennen, dus rijden naar dit resort in Agustów. Net voor we daar arriveren krijgen we nog een fikse regenbui te verwerken (en het was de hele dag zo mooi droog en af en toe zonnig!). Het Warszawa resort is mooi gelegen aan (uiteraard) een meer en als motorrijders krijgen we 20% op het eten en 50% korting op de bewaakte stalling. De dame achter de receptie spreekt goed Engels, maar lijkt ons niet helemaal te vertrouwen. Waarschijnlijk zijn we niet het soort gasten, dat hier normaal komt (ondanks de kortingsbonne). Of we vooruit zouden willen betalen? Tuurlijk, waarom niet. Het hotel heeft veel bling, klassieke muziek als achtergrondmuziek en deftig eten. We horen veel Amerikaans. De moderne, elektronische snufjes zijn pas later aangebracht, want de kabels zijn in bosjes zichtbaar op de gangen. Het mooiste is het uitzicht over het meer. Helaas brengt dit meer veel muggen mee…


Na de luxe douche gaan we hapje eten, uiteraard met onze 20% kortingsvouchers. Gelukkig staat er ook iets in het Engels op de kaart. De bediening spreekt het echter niet, maar dat geeft niet. Het bier is stevig, net als de soep. Ook het hoofdgerecht en het dessert smaken goed. Na het eten maken we een wandeling langs het meer. Het schemert, maar echt donker wordt het niet. De wandeling duurt al met al een half uur en dan zijn we de muggen een beetje zat. Bedtime!

 
Woensdag 5 juni – van Augustów (PL) naar Bauska (LV): 356 km


Onze timing is elke ochtend behoorlijk goed. 7:30 ontbijt, 8:30 gepakt en wel op de motor. Het ontbijt in het hotel is goed. Het is een uitgebreid buffet en ook de Amerikaanse gasten laten het zich goed smaken. Met het klassieke muziekje op de achtergrond kunnen we ons goed voorbereiden op Litouwen. 60 km na vertrek bij resort Warszawa komen we aan bij de Poolse-Litouwse grens. Net voor die grens tanken we van onze laatste zloty’s. Voor 27 stuks en een beetje gooien we Cindy’s tank voller (5 liter). De grens ziet er uit als een echte grens ondanks dat je je paspoort niet meer hoeft te laten zien. Wel staat er politie en een groot bord dat je er maar 30 km/u mag rijden. Hier houden we ons dan ook maar heel netjes aan.

Bij de grens is een wisselkantoor. Cindy zit eerst in het verkeerde kantoortje maar wordt al gauw de goede kant op gewezen. Voordat ze weet heeft ze 50 euro afgegeven en daarvoor in de plaats 170 Litouwse litas teruggekregen. De weg door Litouwen is een grote, moderne, maar ook zeer saaie weg. Alsof iemand een rechte lijn heeft getrokken op een kaart en daar deze weg heeft aangelegd. Ook het landschap is niet zo interessant. Erg plat en heel veel landbouw en grasland. Er is geen bos of stukje natuur te zien. Wel zien we sinds Polen steeds meer Ooievaars broeden langs de kant van de weg. Hoe graag we deze weg ook willen verlaten, onze navigatie werkt niet mee en weet niet meer waar we zijn zodra we een afslag nemen (die overigens bijna allemaal gelijk overgaan van asfalt in zand/grindwegen). Hmmm…. Jammer. Zeker omdat ie het thuis wel deed.

Inmiddels zijn we een beetje dorstig geworden en verlaten we de grote weg op goed geluk. Het dorpje staat vol saaie, vieze en grauwe betonblokken (flats). Wat een tegenstelling met de ruime, moderne weg. We denken een barretje te zien en we hebben gelijk. En hij is nog open ook om 12:00. De oude dame achter de bar kijkt ons verbaasd aan wanneer we vragen om een colaatje. Dat hebben ze niet. Wel bier en diverse sterke dranken. Een flesje water dan? Helaas, in deze bar wordt alleen maar alcohol geschonken. Teleurgesteld blijven we nog even zitten onder de parasol, terwijl we  een praatje maken met 2 jongens (aan het bier). Eentje heeft in Lisse gewerkt en herkende de taal.  Ondertussen probeert Alex Truus aan de praat te krijgen, maar helaas. Terug naar de hoofdweg dan maar. Langs de hoofdweg staan hier en daar auto’s met een weegschaal op de motorkap groente en fruit te verkopen. Alleen één keer blijkt het geen weegschaal, maar een snelheidsflitser. Hmmm…. Verraderlijk.

We tanken de motoren met de litas vol (de tankstations zijn modern) en stoppen even verderop bij een alternatief restaurantje langs de weg. We kunnen lekker buiten zitten en bekijken de beelden die in de tuin staan. De bediening spreekt goed Engels en we bestellen knoflookbrood en een Fanta.


Ter plekke besluiten we dat we vandaag doorrijden naar Letland aangezien we Litouwen tot nu toe niet echt inspirerend vinden. Na de Fanta bestellen we er nog 2 per persoon en genieten van een heerlijk ijsje. Die litas moeten rollen want daar kunnen we in Letland niets meer mee doen. Wanneer we wegrijden zien we het in de verte al regenen en horen we de donder. Even later is het raak. Het plenst eruit en de vrachtwagens die we tegemoet komen zorgen ervoor dat het water ook van onderen komt. Voordat ze het in de gaten heeft is Cindy’s motorbroek helemaal doorweekt. Die kunnen we dus niet meer als waterdicht bestempelen.

Net voor de grens met Letland stoppen we nog een keer om te tanken met litas. De automaat bij het tankstation werkt met briefjes en wisselgeld krijg je niet terug. 2,30 LVL zijn we daardoor kwijt en bovendien houden we er 70 over (tanks zijn vol). Net over de grens, wij zijn erdoor voordat we het in de gaten hebben, proberen we de 70 litas te wisselen. Dat lukt niet. Ze adviseren ons om het 5 km verderop bij een ander tankstation te proberen. Daar aangekomen blijken ze wel interesse te hebben om te wisselen totdat ze erachter komen dat we niet euro’s maar litas willen wisselen. Ineens gaat het niet meer.

Wanneer we willen wegrijden ontdekt Alex een schroef in zijn band. Hij lijkt er niet echt diep in te zitten, dus trekt ie ‘m eruit. Sssssssss….. Hij zat er toch dieper in dan verwacht. ANWB bellen of zelf proberen te repareren? We gaan voor de laatste optie, dus bagage eraf. Het reparatiesetje zit immers diep weggestopt onder het zadel. We zouden deze immers toch waarschijnlijk niet nodig gaan hebben. Dan instructie lezen, prop erin, 15 minuten wachten (en het onweer komt steeds dichterbij) en oppompen.


Er is een compressor op het tankstation (geblokkeerd door een vrachtwagen). Na veel moeite kan Alex er toch bij, hoewel de chauffeur de vrachtwagen niet aan de kant wil zetten. Helaas doet deze het niet. Bij navraag binnen blijkt het apparaat stuk te zijn, tenminste dat zegt de jongen die voor ons vertaalt. Hij adviseert ons een vrachtwagenchauffeur te vragen aangezien zij altijd lucht bij hebben. De eerste chauffeur wil er niets van weten, maar de volgende 2 spreken een klein beetje Duits. Kaputte Reife, Luft! Ze snappen het helemaal. Cindy mag naast een van hen komen zitten in de cabine maar laat deze kans voorbij gaan. Ze stuurt Alex eropaf en blijft zelf bij de bagage en motor. Alex komt uiteindelijk met een volle band bij de vrachtwagen vandaan. Zo, we kunnen verder! Tenminste, zodra de bagage er weer op zit.

Het is tijd voor een hotel. In Bauska vinden we het ABC Hotel. Het is een groot, maar ook een beetje vaag hotel (gezien de gasten en schaars geklede dames aan de bar), maar ze hebben plek. Wanneer we de motoren achterom willen stallen, gaat de deur van de feestzaal open en wordt ons een droog plekje voor de motoren aangeboden.

Even later volgt nog een Finse Harley en dan gaat de deur weer op slot. Onze kamer op de 5e etage ziet er Lets uit, maar is groot en schoon. Onze indruk van Letland is na 20 km al veel beter dan van Litouwen. Je ziet hier veel meer van het leven doordat de weg ons door de dorpjes leidt en de wegen zijn goed.

We eten in het hotel. Het smaakt goed. Daarna wandelen we naar de supermarkt waar we fruit (toetje) en bier en rum/cola (aperitief) kopen. Uiteraard wordt de hypermarché ook gecheckt op bretels en klokjes. Zonder resultaat. Het fruit eten we op een bankje voor de supermarkt op. Daarna lopen we verderop. We zien een blauw gekleurde orthodoxe kerk, oude huizen die gedeeltelijk van hout zijn en uit elkaar lijken te vallen, huizen met voordeuren die helemaal zijn dichtgegroeid en een mooi kasteeltje.

     

We komen er nu pas achter dat we sinds Polen met een uur tijdsverschil te maken hebben…. Gelukkig past Alex’ telefoon zich vanzelf aan waardoor we het niet echt hebben gemerkt (hoewel er toch echt wel aanwijzingen waren…) en we elke ochtend op tijd ons bed uit waren…

Terug in hotel drinken we ons aperitiefje op en gaan we naar bed duimend dat de band morgen nog hard is.

 
Donderdag 6 juni - van Bauska (LV) naar Maëtaguse (EE): 455 km



We hebben lekker geslapen. Wanneer we naar beneden lopen voor het ontbijt schoppen we allebei voorzichtig tegen Alex’ band. Hmmmm…. We twijfelen of ie nog helemaal vol is. Helemaal leeg is ie niet, maar ja of de prop alles heeft afgedicht? Eerst maar eens ontbijten. Het ontbijt is simpel en niet zo lekker. Het smaakt steeds minder lekker wanneer we zien dan een Chinese gast eerst overal zijn neus in steekt om er aan te ruiken. Het plan deze ochtend is iets anders dan normaal. Alex trekt zijn motorpak aan en gaat eerst naar het dichtstbijzijnde tankstation om de bandenspanning te meten. Bij twijfelen bellen we de ANWB. We zitten in een goed hotel in een groter stadje, dus als het moet, is dit de beste plek om op hulp te wachten.

Cindy kijkt ondertussen (in korte broek en slippertjes) of de bank aan de overkant open is. We zijn nl. nog steeds in het bezit van Litouwse litas. Deze gaat over ruim een half uur pas over, dus ze wacht op de stoep voor het hotel op Alex. Hij komt breed grijnzend terug. Er is tijdens de nacht geen zuchtje lucht uit ontsnapt. We kunnen verder! Spullen pakken, motor de feestzaal uitrijden en bagage erop. Ondertussen gaat Cindy naar de bank om te wisselen en naar het postkantoor voor postkaarten (die ze niet hebben). Om 9:00 zitten we op de motoren en kunnen we verder. Het is warm vandaag. Het eerste stuk rijden we over de randweg van Riga en het is druk. Wanneer we de stad gepasseerd zijn, wordt het rustiger. Tijd voor een colaatje bij Nikki onder de parasol.


Het is een relax tentje langs de weg en blijven er effe hangen. De weg is een vierbaansweg met een groenstrook in het midden en een vluchtstrook waar ook fietsers en tractoren op rijden. Op de groenstrook tussen de banen staan hier en daar huizen. Niet echt de ideale plek om te wonen. Uiteindelijk willen we uitkomen op de A3 richting Estland. We missen de afslag, maar gelukkig heeft deze weg legale manieren om een U-bocht te maken. De A3 is rustig met weinig vrachtverkeer. We rijden heerlijk door het bos. Overal in de berm zitten ooievaars. Wel zijn er veel wegwerkzaamheden. Plotseling wordt de vrachtwagen voor ons (die we net van plan waren in te halen) aangehouden door de politie. We reden met z’n allen toch iets te hard. Gelukkig worden wijn niet aangehouden. Hmmm… Toch maar een beetje rustiger dan.

In Valmiera tanken we. De laatste restjes Letse lats worden hiervoor ingezet en de rest betalen we met de creditcard. We hebben nog steeds eten uit Nederland bij ons, dus daar maken we gebruik van. De wafels en Brabantse worstjes gaan er goed in. Alex heeft nog even pech wanneer hij net onder de overhangende dakrand vandaan komt en een duif op hetzelfde moment “iets” laat vallen. Cindy heeft ook pech, want zijn moet het schoonmaken…


30 km verderop passeren we de grens. Er is veel vrachtverkeer en er wordt veel afgebroken en gebouwd. Ineens zitten we in Estland. Het is nog steeds warm. Zouden we eindelijk verlost zijn van de regen? Ook in Estland (net als Letland) zien de mensen er netter uit en rijden er minder barrels rond. Bovendien kunnen we ineens weer met euro betalen.

Langs de weg staan ze overal vis te verkopen. Gerookte en gezouten Brasem die in het Peipsi järv meer wordt gevangen. Ook passeren we met regelmaat een spoorwegovergang. Iedereen gaat hier goed voor op rem en rijdt er stapvoets overheen. De overgangen zijn nl. meestal onbewaakt en er kan dus uit het niets een trein opduiken. Via Tartu en Mustvee rijden we naar het noorden. Onderweg scoren we een ijsje. En helaas krijgen we toch wat regen te verwerken. Onderweg zien we geen enkele aanwijzing dat er zich ergens een hotel of andere accommodatie bevindt. Mmmm…. doorrijden dan maar. We rijden richting het meer omdat we daar wel een slaapplek verwachten, maar helaas. Terug naar de hoofdweg dan maar.

Ineens zien we een groot bord met de woorden “Maëtaguse Mõisahotell” en wat plaatjes met een zwembad. Zou het? Het begint al laat te worden en we zijn moe. We gaan de gok wagen. Van de hoofdweg af dus en de borden proberen te volgen. Dat is nog niet zo gemakkelijk, maar gelukkig heeft Alex bij Truus ook iets in het systeem gevonden wat er op lijkt. Eenmaal daar aangekomen, vinden we het lastig te zien waar de ingang is. Er ligt een groot park omheen met wandelpaden. Gelukkig past dat met de motor ook. Uiteindelijk zien we door een raam een balie staan. We parkeren de motoren binnen een hek en gaan navraag doen. Net als in Letland spreken ze hier goed Engels. Kamers hebben ze beschikbaar en de motoren staan precies goed. Dat hek gaat zo dicht, want het is eigenlijk de achteringang.


We staan bij de keukendeur, want de kok staat bij terugkomst een sigaretje te roken. We halen de bagage van de motor, installeren ons op de kamer en frissen ons op. Dan gaan we een hapje eten. Veel gasten zijn er niet, maar het eten is prima. Na het eten gaan we een beetje rond kijken. Het hotel ligt in een mooi groot park en het oogt allemaal heel luxe. Maar zodra je buiten dit terrein komt staan er troosteloze, betonnen flats. Wat een tegenstellingen. Buiten het hotel en de paar flats is er niets te doen in Maëtaguse.





Powered by Alex en Cindy